CLT en gevolgklasse 1: wanneer is er sprake van gelijkwaardigheid?

De toepassing van gelijkwaardigheid bij constructieve veiligheid, met name bij bouwen met CLT, roept in de praktijk regelmatig vragen op.

De toepassing van Cross Laminated Timber (CLT) in bouwconstructies neemt de laatste jaren snel toe. Het is een houtbouwproduct dat bestaat uit massieve houten platen die kruislings op elkaar worden verlijmd. Bouwen met CLT kent verschillende voordelen, zoals goede isolerende eigenschappen en milieuvriendelijkheid. Daarnaast zorgt het materiaal voor een korte montagetijd op de bouwplaats en biedt het mogelijkheden op het gebied van brandveiligheid en architectonische uitstraling.

Hero afbeelding Neil Mewes 5Sc2y0raksg Unsplash

Kan CLT worden toegepast in gevolgklasse 1?

In de praktijk wordt regelmatig aangenomen dat bouwen met CLT automatisch valt onder het principe van gelijkwaardigheid, omdat NEN-EN 1995 (Eurocode 5 voor houtconstructies) CLT nog niet volledig dekt. Echter wordt op grond van artikel 4.14 lid 2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving namelijk NEN-EN 1990 aangewezen als bepalingsmethode voor het beoordelen van het niet-bezwijken van constructies, en dus ook voor CLT-constructies.

 

Dat betekent dat het gebruik van CLT op zichzelf géén gelijkwaardige oplossing is. Er is pas sprake van gelijkwaardigheid wanneer daadwerkelijk wordt afgeweken van de voorgeschreven bepalingsmethoden, ofwel de aangewezen normen binnen het Bbl.

Wanneer is wél sprake van gelijkwaardigheid?

Gelijkwaardigheid ontstaat uitsluitend wanneer een constructeur:

  • Afwijkt van de aangewezen normen (zoals de Eurocodes), en
  • Een alternatieve, niet-aangewezen reken- of bepalingsmethode toepast om aan te tonen dat aan de constructieve veiligheidseisen wordt voldaan.

 

Met andere woorden: het materiaal CLT is niet bepalend, de toegepaste rekenmethodiek is dat wel.

Gevolgen voor gevolgklasse 1

Wanneer een gelijkwaardige oplossing op constructief gebied wordt toegepast, mag het bouwwerk niet worden ingedeeld in gevolgklasse 1 (CC1). Wordt daarentegen volledig gerekend volgens de aangewezen normen binnen het Bbl en de Eurocodes, zonder alternatieve rekenmethoden, dan kan een CLT-constructie wél binnen gevolgklasse 1 vallen.

Kwaliteitsborging

CLT wordt steeds vaker toegepast in woningbouw en kleinere utiliteitsprojecten. Juist daarom is het belangrijk dat vooraf duidelijk wordt vastgesteld of er binnen het normatieve kader wordt gewerkt of dat sprake is van een gelijkwaardige oplossing.

 

Wij beoordelen CLT-constructies graag binnen de kwaliteitsborging en denken mee over de juiste interpretatie van het normenkader. Zo zorgen we samen voor een veilige, duurzame en goed onderbouwde toepassing van houtbouw in projecten en voorkomt Woningborg Toetsing en Toezicht onnodige vertraging in het gehele bouwproces.